LIEDEREN ALS GEBEITELD UIT MARMER
zanger RICK TREFFERS
in gesprek met
dichter SERGE VAN DUIJNHOVEN
Holland
Je kunt er varen
ik kan er niet aarden
Er is geen genade voor mij(...)
- uit: Ik mag niet klagen
De dertien nummers op je plaat laten zich beluisteren en lezen als een soort afscheidsbrief. Een lyrisch en muzikaal testament dat je achter wilt laten voor je Nederland gaat verlaten.
“Het album is inderdaad tot stand gekomen als een soort gesublimeerd afscheid. De drang naar avontuur en het verlangen om Nederland te verlaten bestaat bij mij al zo’n twintig jaar. Het komt voort uit wat de Fransen een ''ras-le-bol'' gevoel noemen. Ik heb het hier nu wel gehad – dat gevoel. Sommige frustraties over het leven in dit drukbevolkte ultravlakke Holland heb ik nu in liedjes omgezet. Prettige vooruitzichten is een album over een fictief iemand die op een drempel staat. Tussen het verleden en de toekomst. Tussen blijven en weggaan. Tussen carrière maken en avonturieren. Ik zie het album ook als een spirituele loutering. Hoe vaker ik zing over dat vertrekken – hoe eerder me het gaat lukken. Pas maar op, haha! De spagaat tussen weg willen gaan, en de drang om te blijven, apelleert ook aan een breder verlangen, dat veel Nederlanders wel zullen kennen. Kijk maar naar tv-programma's als “Ik vertrek” en “Een plek onder de zon”.Veel mensen willen weg uit de jachtigheid van het bestaan, weg van de constante druk en de regelgeest. Ze gaan weg. Maar als ze eenmaal daar zijn, zijn ze eigenlijk net zo ongelukkig als hier.”
Ik giet de alcohol terug
sla de aap van mijn rug
De pastoor heeft gelogen
Er zijn geen boze ogen, tongen, geesten
En geen doornen zonder rozen
Ja, met de jaren word ik steeds jonger
Steeds jonger
Steeds jonger
(...)
– uit: Steeds jonger
Waar komt de melancholie vandaan, die in al jouw muziek zo sterk aanwezig is?
“Misschien dat ik daarom wel zanger ben geworden – om uiting te kunnen geven aan een bepaald basisgevoel van gemis dat me altijd als een soort slagschaduw op de voet gevolgd heeft. Ik schreef al vroeg gedichten en verhalen en las gretig. Slauerhoff bijvoorbeeld. Net als de romantische scheepsarts en schrijver van Het verboden Rijk nam ik mij voor er flink op los te gaan reizen. Ik heb een oude afgeragde Datsun gekocht, een Yamaha viersporenrecorder en een goedkope gitaar van het merk Bird. En ik ben naar Alicante gereden waar ik werk hoopte te kunnen vinden. Na een tijdje als schoonmaker en bakker in een klein bergdorpje in de Sierra de Gredos gewerkt te hebben eindigde ik uiteindelijk in Madrid als leraar Engels waar ik leefde in een koud sousterrain terwijl elders de Golfoorlog uitbrak. Artistiek gezien ben ik daar in die bohème-achtige levensomstandigheden artistiek voor het eerst echt tot bloei gekomen. Er volgde een onoverzienbare stroom aan liederen in het Engels en Nederlands over tal van onderwerpen. Tijdens het schrijven waarvan ik mijn melancholische ader verder heb aangeboord, geholpen door veel Spaanse muziek die ik daar hoorde en door een paar cassettebandjes van Neil Young, Peter Hammill, Nick Drake en Townes van Zandt die ik bij me had.”
Op je album speelt de humor ook een belangrijke rol. Toch zit er ook veel villeins in. Je kankert er flink op los. Is frustratie een goede inspiratiebron?
“Behalve songs schrijf ik ook korte verhalen. De afgelopen twee jaar heb ik met plezier veel geschreven over kleine dagelijkse irritaties. De onhebbelijkheden van de Nederlandse mens. De tekst van een liedje als Ik Mag Niet Klagen ligt in het verlengde van de teneur in die verhalen. Ik zet frustraties overigens liever om in ironie dan in pure boosheid. Ik houd van schoonheid, niet van eendimensionale woede. Aan de andere kant: ik heb geen hekel aan mijn Nederlander zijn. Die gestructureerdheid en discipline liggen me wel. Wel een hekel aan de kruideniersmentaliteit. Zie er geen brood in. Terwijl het brood in Holland een stuk lekkerder is dan in Spanje natuurlijk. Maar het is een soort keurslijf ook. En dat keurslijf – daar wil ik uit.”
Ik snak naar het leven
Maar blijf kleven aan de klei
In het land van bangeriken
Is het lastig moedig zijn
(...)
- uit: Ik mag niet klagen
Wat heeft je ertoe aangezet om na al die Engelstalige platen uiteindelijk toch als Nederlandstalige liedschrijver aan de slag te gaan?
"Het feit dat ik een taaldier ben. Mijn moedertaal is en blijft het Nederlands. Ik houd van woordspelingen kwinkslagen humor en diepgang. Door in het Nederlands te schrijven kan ik tekstueel verder gaan dan in het Engels. Het palet is groter. Het theatrale drama van de muziek – waar ik zo van houd – dat zit heel sterk verweven in de nummers op dit album. En dat is ook het leuke van mijn Nederlandse muziek tov mijn Engelstalige albums die ik maakte met de groep Mist. Mist is altijd iets ingetogener. Mijn Nederlandse muziek heeft meer theatraliteit in zich. Dat is het ironische van dit alles. In mijn Nederlandstalige repertoire kan ik mijn zuiderse inborst veel beter kwijt.“
Tabé molensteen tabé tabé
Toedeloe moeder aarde toedeloe
Hou je haaks trawant hou je haaks
Vaarwel vader- vaarwel vaderland
- uit: Dag lekker dropje
Een van de chiling factors van je Nederlandstalige platen is die kraakheldere, lichtgevooisde en superwendbare stem, die nog het dichtst in de buurt komt bij het stemgeluid van Boudewijn de Groot.
“Soms wordt het me nagedragen ja, die vergelijking met Boudewijn De Groot. Bij sommige nummers. Toch heb ik muzikaal gezien heel weinig met hem gemeen. Ik doe altijd verschillende projecten tegelijkertijd. En heb dus ook verschillende stemmen. Mijn stem van Mist is een andere stem dan die van Prettige vooruitzichten. Ik ga van het ene naar het andere – en dat hoort uiteindelijk toch allemaal bij mij. Ik streef naar een zo groot mogelijke authenticiteit. Misschien een beetje als een dichter die op zoek is naar zijn stem. ”
Beschouw je jezelf als een perfectionist?
“Boetseren, slijpen en schaven aan nummers dat zie ik als de kern van het kunstenaarsschap. Dat is heel erg mijn ding ja. Een goed album kost nu eenmaal tijd. Het is geen kwestie van wachten op inspiratie. Als je niet bruutweg begint met hakken in de steen zal er nooit een werk kunnen ontstaan."
"Bij de mooiste nummers moet je als luisteraar heel erg het gevoel krijgen alsof deze liederen eigenlijk altijd al bestaan hebben. Alsof ze alleen nog maar door jou de zanger en componist uit de lucht zijn opgetekend en opgenomen.Zoals Michelangelo al schreef in een van zijn sonnetten 'De grootste kunstenaar kan niets verzinnen wat niet vooraf al in de steen bestaat. Maar als zijn hand niet met zijn geest meegaat zal hij het nooit van het marmer winnen.”
Is er ruimte voor een anarchistische artistieke aanpak van de Nederlandstalige muziek in de Lage Landen?
“Als je naar een groep als De Kift kijkt zeker wel. Het Nederpopgebeuren van bands als Bløf vind ik vreselijk. Dat staat heel ver van mij af. Als mensen me in het hokje willen plaatsen van het Nederlandse lied dan krijg ik de kriebels. Voor mij persoonlijk is het muzikale verhaal minstens zo belangrijk als het tekstuele. En in dat opzicht ben ik moeilijk te plaatsen. Het is toch echt een eigen soort van genre dat ik wens te beoefenen. ... Het ‘Nederlandstalige genre’ bestaat volgens mij niet. Want dan zouden Nine Inch Nails en Robbie Williams ook tot hetzelfde, Engelstalige, genre behoren, toch?”
"mijn illusies overleven in liedjes
liedjes over het beloofde land
ik zing van oude en nieuwe geliefden
aan wie ik mijn hart graag verpand
dag vrienden, mijn vertrek is aanstaande
ik schud iedereen nog een laatste keer de hand
en geef mijn aller-,aller-, allerlaatste kus
aan de platte grond van Nederland"
– uit: De plattegrond van Nederland
“Al sinds mijn tiende beschik ik over een enorme drive om een eigen wereld te creëren. Om alles anders aan te pakken dan mijn ouders deden, en op zoek te gaan naar nieuwe mogelijkheden. Daar horen nieuwsgierigheid en het koesteren van dromen bij. Grote dromen het liefst. Die dromen komen misschien niet allemaal uit. Maar ze hebben me inmiddels wel op onverwachte plekken gebracht. Dan moet ik als ex-hardrocker weer denken aan het Motörhead-nummer 'The chase is better than the catch'. Dit credo geldt ook voor mij. Al is de buit nog lang niet binnen, ik geniet al volop van mijn jacht...”
© Serge van Duijnhoven, Kandelaarsstraat 23 B1000 Brussel