Doe niet zo raar!

Een vreemde taal leren gaat geheid gepaard met fouten maken. De taalplank misslaan kan zelfs leerzaam zijn. Je ervoor schamen is totaal onnodig. In Spanje is dit soort schaamte echter een wijdverbreid, hardnekkig verschijnsel. ¡Qué vergüenza!

In 1990 deed ik met twee andere Nederlandse twintigers een cursus Spaans in het dorp Piedrahita, gelegen tussen de Castiliaanse steden Ávila en Salamanca. Lerares Ester was een topper. Zij drukte ons op het hart dat wij ’s avonds vooral de kroeg in moesten gaan om onze vers geleerde woordjes in de praktijk te brengen. Haar Nederlandse eega voegde daar gekscherend aan toe dat wij de taal nog rapper zouden leren door een Spaans meisje aan de haak te slaan. 

Zo gezegd, zo gedaan. Twee dagen later wandelde ik met ene Chus (afkorting voor María Jesús) in de verzengende augustushitte een flank van de Sierra de Gredos op. Chus was helemaal niet mijn type, maar daar draaide het niet om: ik was hier gekomen om Spaans te leren. Omdat het zweet van mijn voorhoofd gutste luidde mijn openingszin: Estoy caliente. Het was meteen einde oefening. Chus holde subiet de berghelling af, niet bestand tegen zoveel Hollandse directheid. Want in plaats van ‘ik heb het erg warm’ had ik haar ongewild belaagd met ‘ik ben geil’. Foutje! 

Een half jaar later werkte ik in Madrid als leraar Engels voor volwassenen. Het niveau van de leerlingen was laag. Op de middelbare school hadden ze wel grammatica en vocabulaire gestampt, maar omdat hun Spaanse docent de uitspraak niet machtig was en zich daar voor schaamde had hij het mondelinge gedeelte gemakshalve ingeslikt.

Tegenwoordig wordt Engels leren fanatiek aangemoedigd door de diverse Spaanse overheden. Toch blijft het aanmodderen. ‘s Lands van oudsher naar binnen gerichte karakter, alsmede het nasynchroniseren van films gooien roet in het eten. Ook schaamte blijft een obstakel. Een taalgevoelig iemand die de lastige Engelse uitspraakregels correct hanteert, wordt vaak uitgelachen door zijn naasten: ‘Doe niet zo raar, joh!’

Een grappig voorbeeld van hoe Spanjaarden soms spastisch omspringen met uitspraak en schrijfwijze van het Engels is dat de identieke achternamen van acteurs Kirk en Michael Douglas op verschíllende wijze worden uitgesproken. Ook de talloze spel- en vertaalfouten in menukaarten en op (soms prachtig vormgegeven) uithangborden zijn een teken aan de wand. Joekels van miskleunen, die door een simpele gegevenscontrole voorkomen hadden kunnen worden.  

Voor veel Spanjaarden blijft Engels eng. Ik geniet met volle teugen – en schaamteloos – van de soms dolkomische uitkomst van hun taalkundige en psychologische gespartel. Bravo! 

Deze column verscheen in het tijdschrift Por Favor Magazine (4e jaargang, nummer 3, zomer 2020)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *