We gaan zo!

We gaan zo!

Spanjaarden zijn vriendelijk en voorkomend, al staan hun beleefdheidsvormen soms haaks op die van ons. Zo is het niet de bedoeling de hele tijd ‘gracias’ te zeggen als de ober achtereenvolgens bestek, brood, olijfolie en diverse gerechten op tafel zet. Als je niets zegt is het goed.
Bij het bestellen van een pilsje in een druk café volstaat het om, liefst zo volumineus mogelijk, ‘¡una caña! te roepen, eventueel aangevuld met ‘por favor’. Met een volzin als ‘Goedemorgen barman, ik zou graag een biertje bestellen als het mogelijk is’ kun je dat biertje wel op je buik schrijven: veel te lang, dat kan het barpersoneel niet allemaal gaan aanhoren.

Je zou hieruit kunnen concluderen dat Spanjaarden het toonbeeld van efficiëntie zijn. Maar dat is niet zo.

Afscheid nemen is bijvoorbeeld een ondoorzichtig, ietwat vermoeiend ritueel. Toen ik voor het eerst op stap ging met Valenciaanse vrienden merkte ik dat plannen moeten wijken voor de waan van het moment. Na ons gezellige diner in een restaurantje in de wijk Ruzafa zouden we een lekkere ‘copa’ of twee gaan drinken in een nabijgelegen kroeg, om vervolgens richting karaoketent af te zakken.

Na ontiegelijk lang natafelen – de befaamde sobremesa – verlieten wij eindelijk het pand. De vriendengroep posteerde zich buiten op de stoep, enthousiast ratelend. Geen kip die aanstalten maakte naar onze volgende halte te gaan. De tijd begon te dringen, ons plan dreigde in duigen te vallen. Op mijn voorzichtige vraag: ‘Zouden we niet eens gaan?’ was het positieve antwoord: ‘Claro, ¡ahora vamos! (jazeker, we gaan zo!).
Ondertussen werd het almaar gezelliger op het trottoir. Het feest leek nu pas echt te beginnen. Iedereen wilde zijn zegje doen en Spanjaarden praten veel, luid en meestal door elkaar heen. Na drie kwartier dralen temidden van onophoudelijk gekwek trok ik het niet meer en nam afscheid op z’n Frans: zonder gedag te zeggen. 

Ahora’ betekent letterlijk ‘nu’, maar in de praktijk ‘straks’. Of ‘nooit’. De interpretatie van het woord is velerlei. Na een vergeefs bezoekje aan de ijzerhandel riep de bediende ‘tot zo!’ (¡hasta ahora!). Da’s natuurlijk allervriendelijkst van hem, maar ik ging juist wég, niet van zins de winkel binnenkort weer met mijn aanwezigheid te verblijden.

Spanjaarden willen graag aardig gevonden worden. Zij proberen dat soms te bewerkstelligen met hartverwarmende uitspraken. Uitspraken, die voor de rechtlijnige Noord-Europeaan als regelrechte leugens klinken.

Maar nu moet ik echt gaan. Tot zo!

Deze column verscheen in het tijdschrift Por Favor Magazine